Materialen en technieken: vlakglas

Glazenier Marc Valk van Studio Valk in zijn atelier aan het Donkere Spaarne. Collectie Fotoburo de Boer. Rob Hendriks via Wikimedia Commons, CC0 1.0

Indeling volgens techniek

Romeins vlakglas

Romeins vensterglas, fragment. The Portable Antiquities Scheme, Alan Charman via Wikimedia commons, CC BY-SA 2.0
  • De oudste voorbeelden van vlakglas voor buitenbeglazing vinden we in de Romeinse periode bij Pompeï.
  • Vanaf de 3e eeuw n.C. werd glas toegepast in kerkramen (kleine stukjes).
  • Tot de 7e eeuw n.C. was buitenbeglazing duur en enkel voor de rijksten weggelegd.
  • Het vlakglas werd gegoten op een ondergrond van zand of steen. Het is hierdoor redelijk dik en niet volledig transparant.
  • Om het een transparant en glad voorkomen te geven werd het geslepen en gepolijst.

Vanaf de middeleeuwen: glas-in-loodpanelen

  • Na de val van het West-Romeinse Rijk ging veel kennis verloren.
  • De vlakglasproductie kwam weer op gang in de middeleeuwen door glas-in-loodpanelen voor kerkelijke gebouwen.
  • Pas in de 14e en de eerste helft van de 15e eeuw steeg de omzet van de glasproductie en kon de bovenklasse zich ook glas-in-loodpanelen veroorloven. (Zie ook verder: Indeling volgens toepassing/samenstelling)

Glasronden

Glasronden in een kerkraam. Kirche St. Johann Schaffhausen. Gostsens via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
  • Panelen met glasronden (fonds de bouteille of cabochons): geblazen glasbollen worden opengemaakt en vlak gemaakt.
  • Ze zijn over het algemeen vrij dik, hebben een oneffen oppervlak en daardoor een grillig doorzicht.

Kroonglas

Glas: ruitjesvorm. Foto: chezbeate via Pixabay
  • In de 12e en 13e eeuw ontstond als uitvergroting van de glasrondproductie het kroonglas, dat met een houten pincet werd opengemaakt.
  • De techniek werd verder ontwikkeld tot de slingerglastechniek: hierbij wordt het glas letterlijk verder opengedraaid door de middelpuntvliedende kracht. 
  • De kroonglas- of slingerglasmethode werd het meest gebruik in de periode tussen de late 14e en de 17e eeuw.
  • Wat aanvankelijk maar 15 cm groot kon worden, kon aan het einde van de ontwikkeling 1 meter worden.
  • De productie van kroonglas is te herkennen aan de concentrische lijnen in het glas. De verdikking in het centrum (het zogenaamde ossenoog) werd in onze streken meestal niet gebruikt.
  • Deze ronde glazen platen werden vooral versneden in ruitvormen. Daarom vertonen glas-in-loodpanelen vanaf de 15e eeuw vaak een ruitvorm. In dit filmpje verneemt u meer over de productie.

Cilinderglas

Rechthoekig glas, Manchester Central Library. Michael D Beckwith via Wikimedia Commons, CC BY 3.0
  • Cilinderglas is een gelijkaardige techniek, die parallel werd ontwikkeld vanaf de 12e eeuw maar pas in de 18e eeuw in België (Charleroi) toegepast werd.
  • In plaats van een bol glas open te werken en uit te slingeren, werd het glas geblazen tot een langwerpige vorm en werd de cilindermantel opengesneden. Na het strekken en koelen verkreeg de glasblazer een rechthoekig stuk glas.
  • Met dit procedé kon men grotere glasoppervlakken produceren dan voorheen. Het versnijden van de glaspanelen gebeurde vierkantig en rechthoekig en was economisch rendabeler. Hierdoor kregen de glas-in-loodpanelen een ander uitzicht.
  • Voor de productie zie dit filmpje.
  • De slingerglas- en de cilinderglasmethode waren gelijktijdig in productie, soms in dezelfde glasblazerij.
  • Ook nadat de populariteit van de cilinderglasmethode toenam, werd slingerglas nog lange tijd geproduceerd. De methode moest onder meer in stand gehouden worden om bestaande ruitvormige glas-in-loodpanelen te kunnen herstellen. Glas was zeer duur en oude panelen werden vaak gerepareerd. 
  • Vanaf de 17e eeuw won het cilinderglas definitief aan populariteit en bleef het de meest gebruikte techniek tot aan de Eerste Wereldoorlog.

Mechanisering van de vlakglasproductie

Spiegels

Spiegelzaal, Kasteel van Versailles. Myrabella via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
  • Dankzij de vraag naar spiegels kwam de mechanisering van de vlakglasproductie op gang. Spiegels (zie ook verder) moesten aan een hoge optische kwaliteit voldoen: er mocht geen beeldmisvorming zijn. De beide oppervlakken moesten met andere woorden volledig planparallel zijn. Ook waren de glasstukken tot dan maar ca. 1 meter groot.

Omdat de productie duur was, werd er geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe technieken voor spiegelglas. Vlakglas in het algemeen werd eenvoudiger en goedkoper om te produceren en raakte bijgevolg wijdverspreid. Rond 1770 waren de meeste huizen voorzien van vensterglas.

Walsen van gegoten vlakglas

  • Eind 17e eeuw ging men over van de cilindermethode naar het walsen van gegoten vlakglas. De glasmassa werd gegoten op een voorverwarmde gietijzeren plaat en vlak gewalst door een zware rol. Er was achteraf minder slijp- en polijstwerk nodig dan bij de cilindertechniek. In de 20e eeuw kwam het continu walsen tot ontwikkeling. Ook het dubbelzijdig slijpen en polijsten werd gemechaniseerd.
  • In dit filmpje verneemt u meer over de productie van dit soort glas.

Getrokken glas

Émile Fourcault, apparaat voor het strekken en gloeien van glas in doorlopende platen. Jmh2o via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.

Aan het begin van de 20e eeuw ontstond de productietechniek van getrokken glas. Er zijn twee procedés: dat van Fourcault (1913) en van Libbey-Owens (1917).

In tegenstelling tot het Fourcault-systeem werd het glasoppervlak bij het Libbey-Owens-systeem rechtstreeks uit de oven getrokken, wat het glas een betere vlakheid gaf. Ook werd het glas in horizontale richting getrokken, wat de treksnelheid aanzienlijk verhoogde en resulteerde in dun vlakglas. Nabewerking om het oppervlak te perfectioneren was nog steeds nodig.

Getrokken glas heeft een typisch golvende oppervlaktestructuur, die oude gebouwen vaak hun karakteristieke uitstraling geeft.

Floatglas

  • Pas vanaf 1957 ontstond er een techniek waardoor het vlakglas kant-en-klaar uit de productie kwam. Het ging om de techniek van de gebroeders Pilkington, waarbij het glas drijvend door een bad van tin wordt gehaald. De maximale productiecapaciteit van dit floatglas is 1.000 ton per dag. De flexibiliteit van het productieproces is gering. Voor kleinere producties wordt nog steeds het verticale treksysteem gebruikt.
  • Meer over de productie verneemt u in dit filmpje.

Indeling volgens toepassing/samenstelling

Vensterglas 

Vensterglas bestaat uit de standaardcomponenten van glas, zoals hierboven beschreven. Het heeft door de eeuwen heen een grote evolutie doorgemaakt qua samenstelling, vormgeving en toepassing. 

Glas-in-loodpanelen

Glas-in-loodraam in de kathedraal van Bourges. Arie M. den Toom via Wikimedia commons, CC BY-SA 4.0

Glas-in-lood is een groot raam dat bestaat uit kleine stukken kroon-, slinger- of cilinderglasDie worden met loden strips en mastic aan elkaar vastgemaakt. De glasfragmenten zijn al dan niet gekleurd of gebrandschilderd (zie ook: decoratietechnieken)Uiteraard is er ook een evolutie in de lood- en koperstrips, het raamwerk en -kozijn en het metaalbeslag. Daar gaan we hier niet verder op in.

Glasdallen

Dalle de verre by Sassafras Art. ElaineNestling via Wikimedia commons, CC BY-SA 4.0

Glas-in-beton of dalle de verre werd voor de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk ontwikkeld, maar werd vooral in de jaren 1950 en 1960 toegepast. Het gaat om dikke stukken glas (glasblokken) die gegoten zijn in beton of epoxyhars.

Spiegelglas

Huis Keyenberg: interieur, schouw met spiegel in bovenstuk. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
  • Spiegelglas is glas dat reflecteert door toevoeging van een metalen laag (spiegeleffect).
  • Bij de Romeinen kwam spiegelglas sporadisch voor.
  • De tinamalgaam- of kwikspiegel kwam in de 13e eeuw al voor in de literatuur. Wanneer deze methode precies werd ontwikkeld is niet gekend (vaak waren productierecepten geheim). Zoals de naam doet vermoeden werd het spiegelende effect bekomen door een amalgaam van tin en kwik.
  • In de 16e eeuw vond dit procedé algemeen ingang en kreeg het de voorkeur, ondanks het moeizame en ongezonde productieproces.
  • In de 19e eeuw ontwikkelde men een chemische methode om spiegels van een laagje zilver te voorzien en ontstond de zilverspiegel.

Veiligheidsglas

Gehard glas is floatglas dat thermisch behandeld is waardoor het glas op een veilige wijze breekt. Ook is het beter bestand tegen grotere temperatuurschommelingen dan gewoon floatglas. Voorbeelden zijn de zijruiten van auto’s, bushokjes, glazen deuren of tafels … Er bestaat ook half-gehard glas.

Gelaagd glas (laminaat) bestaat uit twee of meer glasplaten die over het volledige oppervlak met elkaar verbonden zijn door een of meer filmlagen uit kunststof. Wanneer het glas breekt, blijven de glasscherven aan de tussenlaag kleven. Afhankelijk van het aantal lagen is deze toepassing ook inbraakwerend. In plaats van kunststof kan er een brandvertragende gel worden toegevoegd.

Gewapend glas is glas waarin een metalen draadnet verwerkt is. Het metalen netwerk houdt de scherven aan elkaar, maar doet dat minder efficiënt dan gelaagd glas. Gewapend glas wordt daarom niet tot het veiligheidsglas gerekend.

Ontspiegeld glas is floatglas met een maximale doorzichtigheid, waarbij dankzij een bepaalde coating de weerspiegeling zo goed als volledig weggewerkt is. Het voordeel is dat uv-stralen geblokkeerd worden en het zicht sterk verbetert. Dit glas wordt gebruikt voor brillen en ook in musea voor vitrines en 'enveloppes'.

Adviseur behoud en beheer
T
02 213 10 86