Glas bewaren in depot

Kleine glazen voorwerpen in open rek. © M Leuven/Depotwijzer.be

Welke specifieke aanbevelingen gelden er voor glazen voorwerpen in depot? Wat zijn correcte omgevingsfactoren en opbergmethodes?

Temperatuur

  • Zowel voor glas als voor tal van andere materialen houdt u de temperatuur het best zo stabiel mogelijk, bij voorkeur rond 18°C. Vermijd een drastische opwarming om thermische schokken in glas te voorkomen. Glas met veel spanning kan barsten en breken. Opwarming kan veroorzaakt worden door centrale verwarming, maar ook door rechtstreeks zonlicht, spots, lichtbakken (denk aan vlak glas) ... 
  • De temperatuur staat in relatie met de relatieve luchtvochtigheid. Ook om die reden is het dus van belang om de temperatuur onder controle te houden. Wanneer de temperatuur stijgt, zal de RV dalen. Bij een temperatuursdaling stijgt de RV.
  • Bij een restauratie worden synthetische lijmen gebruikt. Ook hiervoor moet er rekening gehouden worden met de temperatuur. Zo heeft Paraloid B72, dat vaak toegepast wordt bij glas, een glastransitiepunt van 40°C, waardoor het al weker en zwakker wordt rond de 30-35°C. Verlijmingen kunnen hierdoor falen en aanvullingen kunnen inzakken. Plaats glas daarom nooit met het volle gewicht op een aanvulling. Als de temperatuur stijgt, kan die verzwakken en vervormen door de druk van het gewicht van het glas. Ook bij zware glasstukken kijkt u best na hoe ze het best in depot geplaatst kunnen worden. De verlijming moet namelijk steeds zwakker zijn dan het glas zelf om nieuwe barsten in het glas te vermijden tijdens de verlijming (krimpspanning). 

Ventilatie en luchtverplaatsing

  • Voorkom het ontstaan van microklimaten, door te zorgen dat er overal (natuurlijke) ventilatie is. Ook bij vitrines en kasten is het belangrijk dat er voldoende luchtverplaatsing is. Bij vitrines kunnen boven- en onderaan ventilators geplaatst worden. Ook die ingreep zal opwarming voorkomen.
  • Plaats objecten nooit zo dat ze een microklimaat vormen. Zet een kelkglas daarom nooit op de kelk, want dan kan in de kelk een microklimaat gevormd worden en kan er condensatie ontstaan.

Relatieve luchtvochtigheid

  • Houd de RV rond de 45%, met als grenswaarden 40% en 50%. Vooral sterke schommelingen moet u vermijden.
  • Onstabiel glas, zoals crizzling en traanglas, vergt een heel stabiele bewaaromgeving. Het best kunnen deze glazen apart in een geventileerde (vitrine)kast geplaatst worden. De zone moet zeer stabiel zijn (rond 40% voor een ideale bewaring). Vraag raad aan een conservator-restaurator die het probleem mee kan opvolgen. Een vitrinekast is handig, omdat u dan de conditie kan controleren zonder de kast te openen en zo klimaatschommeling te veroorzaken. Een transparante (luchtdichte) doos met silicagel is ook heel goed mogelijk.

Licht

Glas ziet er op zijn best uit wanneer het goed verlicht wordt. Curatoren houden dan ook van een sterke belichting. Dit is in het algemeen niet schadelijk. Maar er zijn uitzonderingen!

  • Door de eigenschappen van het glas zelf: glas kan verkleuren onder invloed van o.a. uv-licht. Glas met fotogevoelige componenten vertoont na verloop van tijd een aanzienlijke verkleuring (zie: solarisatie).
  • Door de conservatie-restauratie: er zijn lichtgevoelige lijmen en invulmiddelen (epoxyharsen en acrylaten) en retoucheermaterialen. Ze worden gebruikt om hun goede verouderingseigenschappen, maar deze kunststoffen kunnen sneller onderhevig zijn aan verwering dan het glas zelf. Daarom is het van groot belang om objecten die met deze middelen zijn geconserveerd onder strenge controle te plaatsen, ook al is het glas zelf niet gevoelig aan uv-licht.
  • Door eigenschappen van een ander aanwezig materiaal: verkleuring kan voorkomen bij andere materialen die gebruikt zijn op het glas. Voorbeelden zijn: pigmenten van niet-gebrandschilderd glas, glazen flessen in een rieten mandje, etiketten gekleefd op glas, de afsluitdop van een fles, de inhoud van het glas (soms nog aanwezig) …
  • Licht kan temperatuurschommelingen veroorzaken.

Inventarisnummer

  • Elk object heeft een uniek identificatienummer dat altijd aanwezig moet blijven bij het object. Indien het object uit meerdere losse delen bestaat, voorziet u die ook van een uniek nummer (behorend tot het nummer van het object).
  • Het is belangrijk dat u het inventarisnummer op de juiste wijze aanbrengt om zo schade aan het glas, maar ook verlies van het nummer, te voorkomen. Het best wordt een nummer aangebracht op het object zelf. (Soms is dat niet mogelijk, bv. bij te kleine of verweerde objecten.) Het is belangrijk het nummer op een zo consequent mogelijke manier aan te brengen door eenzelfde type glas steeds op dezelfde plaats te merken.
  • Bij een samengesteld voorwerp, bv. glas-in-lood, hoort het identificatienummer op het minst kwetsbare materiaal (bv. loodstrip of raamwerk) te staan.
  • De voorkeurmethode is vernis-inkt-vernis. Op de pagina 'Hoe nummert u een object?' vindt u een beschrijving en een instructiefilmpje.

Opbergrekken voor holglas

Voorzie in stabiele en trillingsvrije rekken, ladekasten of kasten in inerte materialen. Verschillende houtsoorten en houtachtige materialen, zoals MDF, multiplex enz. en ook bepaalde vernis/verflagen, kunnen gassen vrijlaten die vooral in combinatie met vocht schadelijk kunnen zijn voor het glas.

  • Plaats een laagje polyethyleenschuim (zoals Ethafoam of Volara) op de rekken als preventie tegen stootschade en condensvorming.
  • Plaats glazen nooit tegen elkaar of op elkaar.
  • Zorg voor voldoende plaats tussen elk glasobject om de manipulatie vlot te laten verlopen, maar ook voor voldoende luchtcirculatie.
  • Elke lade en elk legbord moet een standplaatscode krijgen. Zo kan elk object snel teruggevonden worden.

Open rekken

Een open rek

Voordelen

- betere luchtcirculatie,
- geen microklimaatvorming;
- beter overzicht van de collectie.

Nadelen

- meer kans op stof;
- minder buffering tegen
  temperatuurschommelingen.

Gesloten kasten

Een gesloten kast in het depot Drents Museum. Foto: © Provincie Limburg, fotograaf: Tine Hermans

Voordelen

- betere buffering tegen
  temperatuurschommelingen;
- minder stof;
- kan op slot (diefstalpreventie).

Nadelen

- kans op microklimaten;
- onvoldoende luchtcirculatie;
- ophoping van schadelijke gassen;
- niet overzichtelijk
 (bij constante controle meer manipulatie nodig).

Vlakglas opbergen

Glas-in-loodpanelen worden meestal rechtop geplaatst in een rek:

  • Zorg voor voldoende ruimte tussen de panelen zodat het glas niet gekneld zit.
  • Om te voorkomen dat het glas-in-loodraam schuin komt te staan, kunt u tussen de vrije ruimtes polyethyleenschuim plaatsen.
  • Dek af met Tyvek tegen stof en mechanische schade (bv. randen).
  • Fragiel vlakglas wordt vlak bewaard. Wanneer een verticaal bewaard glas lijkt door te zakken: nooit zomaar platleggen. Altijd eerst navragen bij de conservator!
  • Ander vlakglas, zoals glas gemaakt uit micromozaïeken of achterglasschilderingen, wordt bewaard zoals gewone schilderijen (meestal voorzien van een lijst). 

Kleine glasobjecten opbergen

  • Opslag in ladekasten, met per lade een laagje polyethyleen (Volara of Ethafoam) dat vastgemaakt wordt aan de lade door dubbelzijdige tape aan de onderzijde én aan de zijkanten. Deze methode is ideaal voor de opslag van kettingen uit glaskralen.
  • Glasfragmenten of losse kralen kunnen verpakt worden in PE-zakjes. Prik gaatjes in de zakjes voor ventilatie.
  • Iets grotere glasfragmenten (gebroken holglas) slaat u best op in diepere lades. Uiteraard kan dit ook in PE-dozen die onderverdeeld worden in kleinere compartimenten en beschermd worden met PE-schuim. 
  • Verpak glas nooit met papier of dun PE-schuim of bubbelplastiek. Plaats het nooit in kartonnen dozen of kratten bij langetermijnopslag. Hierdoor is het glas niet meer zichtbaar (wat de controle bemoeilijkt) en kan een microklimaat ontstaan.

Grote glasobjecten opbergen

  • Let goed op met het gewicht! Voorzie rekken met voldoende draagkracht.
  • Bij grote en zware glasstukken is het soms handig een open bekisting te bouwen rond het object. Die wordt aan de binnenzijde bekleed met blokjes polyethyleenschuim. Zo kan het object eenvoudiger en veilig verplaatst worden indien nodig, maar is het nog steeds goed zichtbaar en is er ruimte voor luchtcirculatie. Laat nooit een stuk uit het kader steken: de kans is groot dat het beschadigd wordt.

Lusters opbergen

Opbergen van lusters. © M Leuven/Depotwijzer.be
  • Objecten die gemaakt zijn om te hangen, bergt u ook zo op in depot. Het object is er namelijk op voorzien om zijn gewicht op die manier te dragen. Indien u dergelijke objecten op de grond zou plaatsen is de kans groot dat de delen die dan het gewicht moeten dragen (wat niet voorzien is) gaan doorbuigen.
  • Vermijd dat lusters of andere objecten waarbij het armatuur gemaakt is uit metalen worden opgehangen met een metalen systeem. Om contactcorrosie te vermijden kunt u ook werken met een buffer uit inert materiaal.
  • Plaats indien mogelijk de losse delen in een doos bij het object. Of voorzie een duidelijk registratienummer zodat u het bijhorende object of de bijhorende delen eenvoudig kunt terugvinden.
Adviseur behoud en beheer
T
02 213 10 86